Bloeiperiode 2014
info: in het centrale deel van het Hallerbos, rond de ‘Achtdreven’ worden er bomen geveld dit jaar (houtexploitatie). Op verschillende plaatsen in dat deel van het bos liggen nog stammen en kruinen. Langs de paden liggen stapels brandhout. Van 1 maart tot 30 juni is er exploitatiestop (schoontijd) en mogen de houthakkers niet verder werken. ‘Schoontijd’ komt van het Duits ‘schonen’ wat ‘sparen’, ‘ontzien’ betekent. De schoontijd dient om de vegetatie (lentebloeiers) niet te beschadigen, te ‘sparen’ en de broedende vogels niet te verstoren.
In de bermen langs de paden bloeit donkersporig bosviooltje. Langs de beekranden vallen de gele bloemen van de slanke sleutelbloemen op.
‘t Is nu volop bosanemonentijd: de bosbodem kleurt wit en groen. Elke dag bloeien er meer hyacinten, maar een ‘blauw tapijt’ is zeker niet voor dit weekend.
De wilde narcissen staan nog mooi maar de eerste beginnen te verwelken. Bloeiende bosanemonen palmen het bos in. Onder de naaldbomen verschijnen de witte bloemen van witte klaverzuring. Bloemknoppen van wilde hyacinten schieten omhoog. Bij de volgende warme periode zou het bos wel op enkele dagen blauw kunnen worden. Ook de beukennootjes van vorig jaar ontwaken uit hun winterslaap. Ze vallen op als jonge kiemplantjes met ‘olifantsoren’.
De zonnige en warme eerste lentedag zorgt voor de eerste bloeiende hyacinten. De narcissen staan nu op hun mooist. De witte bloemen van bosanemonen liggen als witte sterren op het diepgroen tapijt van hyacintenbladeren. Maar de weersvoorspellingen zijn niet schitterend voor de komende week. Een blauw bos van hyacinten zal niet voor maart zijn. Wie van ver komt, speciaal voor bloeiende hyacinten, wacht beter nog even met een bezoek aan het bos.
De onopvallende groene bloemen van muskuskruid bloeien. De narcissen staan nu mooi in bloei. Diep verstopt tussen de bladeren verschijnen de eerste bloemknoppen bij de hyacinten. Voor de eerste bloeiende hyacinten is het nog te vroeg. Hopelijk komt er geen koude periode meer eind maart, begin april.
Op de flanken van de holle wegen bloeit ruige veldbies. Langs de paden bloeit aardbeiganzerik. Op vochtige kalkrijke plaatsen bloeit het onopvallende bosbingelkruid.
Bloeiende wilgenkatjes leveren stuifmeel voor de citroenvlinder die als volwassen vlinder overwintert en nu rondfladdert. In de Kapittelvijver zoeken padden een partner terwijl een koppeltje Mandarijneenden geniet van de ondergaande zon. In de bosranden vallen de wit bloeiende sleedoornstruiken op.





