Twee dagen bijna zomerse temperaturen laten zich voelen in het bos en zorgen voor heerlijk wandelweer. De wilde narcissen staan nu volop in bloei en zijn de opvallendste lentebloeier op dit moment. Kleine bosanemonenplantjes komen piepen vanonder de beukenbladeren. Op zonnige plekken staan er al bosanemonen in bloei. Speenkruid bloeit langs de lichtrijke randen van de paden. Wilde hyacintenbladeren met hun spitse bladpunten blijven overal priemen door de dorre beukenbladeren. Het bruine dode bladertapijt van de winter kleurt groen. Hier en daar steekt er al een eerste bloeistengel met de paarsblauwe bloemen de kop op. In de bosranden vallen de sneeuwwitte bloemen op van de sleedoorn. Wie vroeg in de voormiddag komt wandelen, kan genieten van de vogelzang en het roffelen van de spechten. Vink (‘suskewiet’), koolmees (zang lijkt op een versleten fietspompje), pimpelmees, tjiftjaf (zingt zijn eigen naam), zanglijster (herhaalt alles 3 keer) en boomklever (‘wietwiet’) zijn opvallende zangers. Wie goed luistert in de buurt van naaldbomen hoort het fijne, hoge liedje van de goudhaan en vuurgoudhaan.